
Ik ben een grote liefhebber van kefir. Het is vol en romig van smaak, en kietelt je tong. Dat laatste komt door het koolzuur in de melk. Ik ontdekte dit drankje in Noorwegen, maar terug in Nederland moest ik het stellen zonder echte kefir. Totdat ik het in de koeling vond van de zuivelboerderij vlakbij mijn huis. ‘Het is echt lekker,’ vertelde de boerendochter achter de kassa. ‘We moesten even zoeken; bij de eerste twee lichtingen zaten we nog niet goed. Maar deze kefir is precies zoals we het willen.’ Thuis nam ik een slok. Hmmm, fris, romig, en aangenaam tintelend. Ongelooflijk lekker.
Trots
Veel melkveehouders die ik in de Gelderse Vallei en op de Veluwe sprak, zeiden dat ze boer zijn omdat ze voedsel mogen produceren. Mooie producten waar ze trots op zijn en die de mensheid –
dichtbij en ver weg – voeden. Hierachter gaat een fantastisch verhaal over vakmanschap en zingeving schuil.
Allereerst het vakmanschap. Koeien produceren melk, maar de ene lichting melk is de andere lichting niet. Sowieso zien we verschillen per ras, maar ook de hand van de boer speelt een rol. Het rantsoen van de koeien, hun conditie, huisvesting, wel of geen stressfactoren: dit alles heeft niet alleen invloed op de kwantiteit, maar ook op de kwaliteit van de melk. Kennis en kunde is nodig om een mooie melkopbrengst te krijgen van (dus) gezonde en tevreden koeien.
Betekenis
Van melk worden mooie producten gemaakt. De zuivelboerderij bij mij aan de dijk heeft zich toegelegd op het maken van vla en karnemelk met een smaakje, zoals framboos, appel-peer en bitterkoekjes. Het zijn producten waarin ontwikkeltijd is gaan zitten en die daarna trots aan de man gebracht worden. Kennis, kunde en beter worden in je vak is voor elk mens van waarde. Talentontwikkeling en zelfontplooiing zijn namelijk twee belangrijke pijlers om werk als betekenisvol te zien en arbeidsvreugde te ervaren.
Cultuuropdracht
Veel boeren vertelden me dus dat zij voedsel produceren zodat mensen geen honger hebben. Hierdoor gaven zij een morele lading aan hun werk: je doet goed voor de samenleving. Dat is voor deze boeren hun antwoord op wat christenen ‘de cultuuropdracht’ noemen. De cultuuropdracht houdt in dat God jou op de wereld heeft gezet met de vrijheid én de verantwoordelijkheid om goed te leven.
Passie
Boeren leggen dit uit als: ‘ik moet een goede rentmeester zijn’. Hoe dit rentmeesterschap te verstaan, is aan de boer zelf. Een deel vult het in met ‘ik produceer voedsel voor de samenleving, zodat de samenleving kan blijven draaien en mensen geen honger hebben’. Een ander deel focust meer op het land en stelt dat ze hun bouw- en graslanden zo gezond mogelijk willen houden en mensen met gezonde producten wil voeden. Ook dit geeft een boost aan je eigenwaarde van boer zijn en leidt tot arbeidsvreugde. Boer zijn is hard werken, maar als je passie er ligt, is het een prachtig beroep. Merk je als consument in de korte keten ook iets van die passie? Proef of beleef je verschil in voedsel uit de fabriek of voeding van een individuele boer, direct van een boerderij? Hoe is dat voor jou?
Tanja van Hummel, promovendus in de vergelijkende religiewetenschappen aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Ze onderzoekt hoe levensbeschouwing van melkveehouders en politieke partijen botst in het stikstofconflict.
Eerder verschenen in de blogserie De boer als ondernemer en persoon:





Geef een reactie op Netwerken met de grond – Tanja van Hummel Reactie annuleren