
Toen ik bij een masterclass van de Boerenboom was, zat daar een geitenhouder met zijn handen in het haar. Hij had besloten zijn geiten voortaan niet meer te onthoornen, want die horens, ja, die horen toch bij die geit? Geïnspireerd door de wens uit de samenleving om boerderijdieren meer natuurlijk gedrag te laten vertonen, dacht hij: “Mooi, de horens blijven op de geit. En om te voorkomen dat ze elkaar verwonden met die horens, geef ik mijn dieren meer ruimte.” Zo gezegd, zo gedaan. De geiten hadden alle ruimte en meer dan genoeg voedsel. Een rationeel denkende, vreedzame geit zou het nu wel uit zijn hoofd laten om te vechten om eten. De geitenhouder ontdekte echter al snel dat zijn geiten niet zo rationeel en vreedzaam waren als gehoopt. Tien meter aan voer, één geit die staat te smikkelen, en jawel, geit nummer twee moet precies datzelfde voer hebben en moet precies op dezelfde plek staan om dat te verorberen. Geit twee steekt zijn kop vooruit, neemt geit één op de horens, verwijdert geit één van de plek en gaat vervolgens zelf daar lekker staan smikkelen. De geitenhouder zat met zijn handen in het haar: wat moet hij nou doen? Hij was zo goed voor zijn beesten, en nu verwonden ze elkaar.
We worden hier met een dilemma geconfronteerd: dienen we het dierenwelzijn beter met het weghalen van de horens of ervaren geiten meer welzijn als ze gehoornd zijn? Een dilemma oplossen, betekent dat elk antwoord zijn tegenargumenten en nadelen heeft. Maar als we een dilemma goed oplossen, kunnen we vrede hebben met de nadelen. Om bij zo’n antwoord uit te komen, kunnen we een ethische beslisboom doorlopen.
In een ethische beslisboom stel je jezelf vragen en denk je door over de consequenties van je antwoord. Zo kun je achterhalen of je het wel of niet eens bent met de keuze die je net hebt gemaakt. Door heen en weer te gaan tussen de vragen en posities, kom je uiteindelijk uit bij een keuze die jij kunt verantwoorden en die daardoor goed voor jou voelt. En als je dan door dierenactivisten of ‘bezorgde burgers’ de vraag krijgt waarom je niet wat meer doet voor het dierenwelzijn, kun je zeggen: “Wel, dit is voor mij de optimale positie die de minste schade toebrengt aan mij en aan mijn dieren”. Laten we eens kijken hoe dat voor deze geitenhouder kan werken:
De geitenhouder bij de masterclass koos ervoor de horens op de geit te houden, want dat vond hij natuurlijker. Het helpt de mineralenhuishouding van het dier en leidt tot minder leed, omdat de boer de horens niet hoeft weg te branden. Het nadeel hiervan is dat de dieren elkaar met deze horens kunnen verwonden.
Dat nadeel hebben we niet als we de horens weghalen. Geiten zonder horens, verwonden elkaar minder. Maar het weghalen van de horens heeft dan weer als nadeel dat de dieren niet over alle mineralen beschikken en minder natuurlijk gedrag kunnen vertonen. Dat kunnen we echter deels via het voedsel oplossen. Dat brengt dan de keus tussen wel of geen horens terug tot de vraag: hoe belangrijk is het dat de dieren natuurlijk gedrag kunnen vertonen?
De geitenhouder vond dit zo belangrijk dat hij ervoor koos de horens erop te laten. Maar vervolgens zag hij dat dieren elkaar op de horens namen en verwonden. Kunnen we die verwondingen accepteren? Of anders gezegd: moeten dieren natuurlijk, dus wild en woest, met elkaar samenleven, of vind je dat dieren vreedzaam met elkaar moeten leven op de boerderij?
Als je ervoor kiest dat je natuurlijk gedrag accepteert, dan is een gevolg van die keuze dat je ook de schade accepteert die aan de dieren ontstaat door de pikorde in de kudde. Als je met deze als-dan-redenatie instemt, kunnen we zeggen: oké, de horens blijven op de geit, want dat is natuurlijk. En ik accepteer dat de dieren elkaar verwonden, want zo is de natuur nou eenmaal.
Als je nekharen bij die verwondingen recht overeind gaan staan, omdat je bijvoorbeeld vindt dat gewonde dieren de opbrengst van de boerderij negatief beïnvloeden, dan moeten we constateren dat de productie van het bedrijf blijkbaar zo belangrijk is dat dit hoger staat in jouw waardehiërarchie dan dieren die elkaar verwonden als ze meer natuurlijk gedrag vertonen. Daarmee rechtvaardig je dan het onthoornen van de geiten.
Maar stel nu dat je niet kunt aanzien dat de dieren elkaar pijn doen, omdat je vindt dat de dieren in vrede met elkaar op je boerderij kunnen leven, dan is de vervolgvraag: hoe natuurlijk wil je de dieren dan benaderen? We hebben drie smaken om uit te kiezen. Zeg je: “Nou, dat natuurlijke gedrag vind ik niet zo belangrijk”, dan heb je een goede reden om de horens weg te branden. Als je het best een beetje belangrijk vindt, kun je zoeken naar een tussenoplossing, zoals bijvoorbeeld het aftoppen van horens. Maar stel dat je natuurlijk gedrag wel heel belangrijk vindt, dan is de consequentie van die keuze, dat je ook zult moeten accepteren dat dieren elkaar verwonden en dus dat ze lijden. Als je die consequentie niet kan aanvaarden, zul je naar een manier moeten zoeken waarop dierenwelzijn op een voor jouw acceptabele manier gerealiseerd kan worden. Je komt dan bij een manier uit die het meest optimaal is in jouw bedrijfssituatie.
Als je deze boom toepast op je eigen bedrijfssituatie, hoe zou jij dan redeneren?
Tanja van Hummel, promovendus in de vergelijkende religiewetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze onderzoekt hoe levensbeschouwing van melkveehouders en politieke partijen botst in het stikstofconflict.
Eerder verschenen in de blogserie De boer als ondernemer en persoon:






Geef een reactie op Netwerken met de grond – Tanja van Hummel Reactie annuleren