De een raakt verbonden met de grond van het bedrijf, de ander met het landschap
“Rentmeester, zo zie ik mezelf.” Dat antwoorden melkveehouders in de Gelderse Vallei en op de Veluwe toen ik vroeg hoe ze zichzelf als boer zien. Hier hoorde ik dat je de grond in bruikleen hebt gekregen van de Heer. Deze grond is door je ouders en grootouders bewerkt, en aan jou is nu de taak het land in goede staat door te geven aan de volgende generatie.
Ook in Noordoost Twente vertelden boeren dat ze de boerderij en het land door willen geven aan de volgende generatie, maar ze beschreven dat niet in religieuze termen. Hier verwijst rentmeesterschap naar het Saksische erfrecht dat de boerderij ongedeeld moet worden doorgegeven aan de volgende generatie.
Beide regio’s liggen in Nederland, maar ze representeren twee verschillende werelden. In dit artikel zet ik die verschillen uiteen op basis van mijn onderzoek naar hoe levensbeschouwelijke overtuigingen over mens, natuur en dier botsen tussen melkveehouders en politieke partijen in het klimaatgerelateerde conflict over landbouw, natuur en stikstof.
Cultuuropdracht
In den beginne schiep de Heer de aarde en al wat daarop leeft. Op de zesde dag schiep de Heer de dieren en de mensen. Aan de mensen gaf Hij de opdracht een naam te geven aan alles dat bestaat en om de aarde te bewerken en te bewaren. Het is deze tekst in Genesis 1 waaraan protestantse en gereformeerde boeren de cultuuropdracht ontleden.
De cultuuropdracht is een persoonlijke roeping waarin de Heer het individu roept tot een bepaald soort werk. Hoe je aan die roeping invulling geeft, is aan jou en daarover leg je verantwoording af aan de Heer.
Deze cultuuropdracht wordt door melkveehouders vaak beschreven als de opdracht om een goede rentmeester te zijn. Maar wat verstaan wij onder een goede rentmeester? In de jaren tachtig en negentig was je een goede rentmeester als het bedrijf groter was geworden en meer omzet was gaan draaien. Daardoor was er meer kans dat de boerderij door de volgende generatie kon worden voortgezet.
Intensivering, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest werden toen gezien als een uiting van menselijk vernuft en de productiestijging leverde een welkome reductie van de honger in de wereld op. Heden zien we ook de keerzijde van de modernisering en optimalisatie in de melkveehouderij en verschuift overeenkomstig de invulling van het rentmeesterschap.
Gelderse Vallei en Veluwe
Tijdens mijn veldwerk in het schooljaar 2022-2023 deed ik 17 interviews met 24 melkveehouders in het gebied Gelderse Vallei/Veluwe. De geïnterviewde boeren gaven voornamelijk een Bijbelse en generationele interpretatie van het rentmeesterschap. De Bijbelse interpretatie van het rentmeesterschap houdt in dat boeren ervaren dat God hen als rentmeester heeft aangesteld.
Zij baseren dit op het scheppingsverhaal (Genesis 1 en 2) en naar het tweede verbond dat God met Noah sluit na de Zondvloed (Genesis 9, 8-11). Dit tweede verhaal in met name voor veehouders relevant, omdat zij hierin lezen dat de Heer veehouderij goedkeurt en dat wij dieren mogen gebruiken om ons te voeden.
Daar staat echter niet hoe de veehouderij eruit zou moeten zien. Daarvoor verwijzen ze naar Spreuken 12:10 waar we lezen: ‘de rechtvaardige kent het leven van zijn vee, maar het hart van de goddelozen is naamloos.’ Anders geformuleerd: het is een plicht om goed voor je dieren te zorgen.
Schakeltje
Het generatieve rentmeesterschap legt niet de nadruk op de roeping, maar op de keten van generaties waar de boer een schakeltje in is. De boer heeft de grond als het ware in bruikleen gekregen en heeft de plicht er goed voor te zorgen zodat de grond in goede staat overgaat naar de volgende generatie. Deze boeren voelen zich verbonden met hun voorouders die hen tot steun en voorbeeld dienen en ze houden rekening met de toekomstige generatie.
Kenmerkend voor deze twee interpretaties van rentmeesterschap is dat het gaat over de relatie tussen God, de melkveehouder en het land van de boerderij. Hoe anders is dat in Noordoost Twente.
Noordoost Twente
Mijn vijftien gesprekken in Noordoost Twente begonnen standaard met “ik heb x dieren, y hectaren grond in eigendom en z hectaren in pacht”. Na de statistieken over het bedrijf, kwamen de verhalen. Ze vertelden over de passie voor de dieren, de trots op het landschap, en de waarde van noaborschap.
De liefde voor de dieren uitte zich verbaal en fysiek: “de beesten kennen mij beter dan ik mijzelf”, “Een nacht doorhalen? Voor mijn koeien heb ik alles over.” Zorg en liefde staan naast productie en afvoeren naar de slacht. Nuttig, goed, en liefde zijn hier verschillende categorieën, terwijl op de Veluwe de liefde voor het vee niet wordt uitgesproken maar inherent zichtbaar in de omgang met het vee.
De trots op het landschap komt door de co-relatie met natuur. Het mooie coulisselandschap is het product van de mensen en de natuur die samen dit land hebben gevormd. Deze visie gaat terug naar vroegere tijden. Voordat het land werd verkaveld, waren hier markes. Boeren namen samen praktische besluiten over hoe met het land om te gaan. De markes zijn verdwenen, maar de relatie met het land en de idee dat het landschap het product is van de samenwerking tussen boer en natuur is gebleven.
Noaborschap, tot slot, gaat over de relaties in de gemeenschap. Noaborschap is elkaar helpen en tegelijkertijd samen een leuke tijd hebben. Hier ligt een personalistisch mensbeeld onder: je wordt wie je bent door de interactie met de gemeenschap en de gemeenschap wordt weer geschapen door iedereen die zich voor de gemeenschap inzet. De dorpen en buurtschappen in deze regio zijn daardoor levende gemeenschappen waar alle bewoners een steentje aan bijdragen.
Rentmeesterschap komt in dit verhaal niet voor. De relaties met natuur, vee en de gemeenschap krijgen meer aandacht. Maar op de achtergrond speelt wel dat de boerderij ongedeeld door moet worden gegeven aan de volgende generatie. De kans daarop neemt aanzienlijk toe als de boerderij goed presteert én in een goede relatie staat tot het landschap en de gemeenschap. In dit deel van Nederland staat dus de verbondenheid met het vee, het landschap en de gemeenschap centraal.
Rentmeesterschap
Rentmeesterschap betekent voor de een dus een verbondenheid met God en de grond en de boerderij, terwijl het voor een ander gaat over de verbondenheid met natuur, dieren, landschap en gemeenschap. Dit verhaal toont dat er grote regionale verschillen zitten in hoe melkveehouders hun beroep ervaren. Voor deze verschillen is op dit moment onvoldoende oog. Het zou mooi zijn als deze waarden van verbondenheid gerespecteerd worden in landbouwbeleid en als basis worden genomen in het transitieproces van de landbouw.






Plaats een reactie