
Ik zat eens bij een melkveehouder aan de keukentafel. Hij vertelde vol enthousiasme over hoe goed zijn koeien het hebben. De koeien staan sinds een paar jaar in een nieuwe ruime stal met veel licht en lucht. Elke koe heeft een bed met diep strooisel en meer dan genoeg ruimte om door de stal te lopen, een wettelijke vereiste. In het midden van de stal hangen massageborstels en de koeien kunnen zelf bepalen wanneer ze naar de melkrobot of naar buiten gaan.
Vrije wil
Op een dag kreeg de boer weidegangcontrole. De weidegangnorm voor weidemelk is 120 dagen per jaar minimaal 6 uur per dag in de wei. De controleur stelde vast dat de koeien teveel tijd in de stal hadden doorgebracht. De boer ontplofte: ‘Wat is nu belangrijker, dat we een bureaucratische norm halen of dat we het welzijn van onze dieren dienen?! Die koeien hebben uit vrije wilbesloten om de wei in te gaan en ze hebben uit vrije wil weer besloten naar binnen te gaan.’
Probleem?
Als melkkoeien liever in een geconditioneerde omgeving staan dan in de wei, waar ze aan de weergoden zijn overgeleverd, roept dit de vraag op de koe zelf van karakter is veranderd, of dat hun gedrag is veranderd door het comfort dat de boer biedt, zoals goede huisvesting. Kan het zijn dat we in Nederland onze dieren, waaronder onze melkkoeien, teveel verwennen? En is dat een probleem?
Welzijn
De boer ontkende dat hij zijn koeien verwende. Hij zorgt gewoon voor optimale omstandigheden waardoor zijn koeien optimaal kunnen presteren. Sterker nog, ook dáárop wordt hij gecontroleerd. De stalaanpassingen zorgen voor meer dierenwelzijn. Maar leidt meer dierenwelzijn tot een meer dierwaardig bestaan van de koe? En dan? Gebruiken we dat extra welzijn om meer (melk) van de koe te vragen? Of betekent extra welzijn dat de koe haar koe-zijn optimaal kan (be)leven?
Goedheid
Wat verstaan we onder dierwaardigheid en menswaardigheid? Deze vraag laat zich niet gemakkelijk beantwoorden. Binnen de katholieke traditie wordt menswaardigheid uitgelegd als het deel van de mens waarin God huist en wat aan ieder mens een intrinsieke goedheid schenkt. Dit staat naast de vrije wil en de mogelijkheid om het kwade te doen. Het is de intrinsieke goedheid die rechtvaardigt dat alle mensen mensenrechten hebben zoals een leven vrij van slavernij en foltering, en dat ze voor de wet gelijk zijn en een gelijke behandeling verdienen.
Gelijkwaardigheid
Volgens de christelijke traditie zijn dieren net zoals mensen geschapen door God. Maar volgens diezelfde protestantse en katholieke traditie is er een hiërarchisch verschil: de mens staat boven het dier. Wat betekent dit voor de dierwaardigheid van bijvoorbeeld melkkoeien? Dienen we melkkoeien gelijkwaardig te behandelen? En hoe bepalen we wat gelijkwaardig is? Moeten we dieren ‘op dezelfde manier’ behandel als mensen? Heeft een koe hetzelfde nodig als een mens?
Dierwaardigheid
Dierenwelzijn en dierwaardigheid zijn dus twee verschillende zaken. Dierenwelzijn gaat over dieren die lekker in hun vel zitten. Dierwaardigheid gaat over de relatie tussen mens en dier en vraagt hoe wij vinden dat we met dieren om behoren te gaan. Toegepast op melkvee: hoe laten we de koe optimaal koe zijn? En wanneer proberen we de koe meer mens dan koe te laten zijn? Hoe beantwoord jij deze vragen?
Tanja van Hummel, promovendus in de vergelijkende religiewetenschappen aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Ze onderzoekt hoe levensbeschouwing van melkveehouders en politieke partijen botst in het stikstofconflict.
Eerder verschenen in de blogserie De boer als ondernemer en persoon:





Plaats een reactie